Mijn kind is motorisch onhandig
Fietsen leren duurt lang, een bal vangen lukt moeilijk en aankleden vraagt veel hulp. Misschien merk je dat je kind meer moeite heeft met bewegen dan leeftijdsgenootjes. Motorische onhandigheid kan verschillende vormen aannemen. Vooral de invloed op het dagelijkse leven bepaalt of verder onderzoek zinvol is.
Babette, kinesiste bij Praktijk VONK

Wanneer verdient onhandigheid extra aandacht?
Nieuwe vaardigheden vragen oefening. Een kind dat nog weinig met een bal heeft gespeeld, hoeft die niet meteen goed te kunnen vangen. Kijk daarom ook naar de kansen die je kind heeft gekregen om te oefenen.
Extra aandacht is zinvol wanneer verschillende motorische activiteiten langdurig moeilijk blijven, veel inspanning kosten of worden vermeden. Denk aan spelen op de speelplaats, schrijven, veters strikken of deelnemen aan de turnles.
Is motorische onhandigheid hetzelfde als DCD?
DCD is een ontwikkelingsstoornis van de motorische coördinatie. De afkorting komt van de Engelse naam Developmental Coordination Disorder. Het leren en uitvoeren van motorische vaardigheden verloopt hierbij moeilijker dan verwacht en heeft invloed op school of dagelijkse activiteiten.
Niet ieder onhandig kind heeft DCD. Voor die diagnose is een bredere beoordeling nodig, waarbij ook andere verklaringen worden onderzocht. Een kinesitherapeutisch onderzoek kan motorische moeilijkheden in kaart brengen en bijdragen aan dat traject.
Wat kan je thuis doen?
Kies een activiteit die je kind zelf graag wil leren. Verdeel ze in kleine stappen en geef tijd om die te oefenen. Bij aankleden kan je bijvoorbeeld eerst één sluiting oefenen in plaats van meteen de hele ochtendroutine zelfstandig te verwachten.
Maak de opdracht haalbaar: gebruik bij een balspel een grotere bal en verklein de afstand. Geef concrete feedback over wat lukt, zoals dat je kind de bal nu tegen het lichaam kan opvangen. Vergelijk vooral met de eerdere pogingen van je eigen kind.
Waar richt begeleiding zich op?
We bekijken welke activiteiten lastig zijn en wat je kind wil kunnen. Daaruit volgen concrete doelen, bijvoorbeeld gemakkelijker meedoen tijdens een balspel of zelfstandiger aankleden. Oefenen sluit zoveel mogelijk aan bij de activiteit zelf.
Ook de omgeving telt mee. Een taak aanpassen of meer tijd geven kan helpen om deelname mogelijk te maken terwijl een vaardigheid nog in ontwikkeling is.
Bij plotselinge achteruitgang of verlies van vaardigheden neem je eerst contact op met je arts.
Motorische begeleiding bij VONK
Bij Praktijk VONK in Oud-Turnhout onderzoeken en begeleiden we kinderen die moeite hebben met bewegen. We stemmen de doelen af met je kind, jou en waar passend de school.
Vraag je je af waarom fietsen, aankleden of spelen minder vlot gaat? Je bent welkom om dat met ons te bespreken. Samen bekijken we wat je kind nodig heeft. Neem gerust contact op, ook als je nog twijfelt of begeleiding zinvol is.
Lees ook
Goed om te weten
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk onderzoek door een arts of kinesitherapeut.