Mijn kind kan moeilijk een bal vangen of gooien
Een bal komt aan en je kind sluit de handen pas wanneer die alweer voorbij is. Of gooien lukt, maar richten blijft moeilijk. Balspel vraagt samenwerken van kijken, inschatten en bewegen. Je kan de opdracht op veel manieren gemakkelijker maken.
Babette, kinesiste bij Praktijk VONK

De bal en afstand maken verschil
Een kleine, snelle bal is moeilijker te volgen dan een grote, lichte bal. Een korte afstand geeft meer voorspelbaarheid. Kies materiaal dat veilig is en past bij je kind; begin bijvoorbeeld met rollen naar elkaar voordat je gaat gooien.
Laat de bal rustig aankomen en spreek af wanneer je gooit. Zo kan je kind zich voorbereiden.
Eén vaardigheid tegelijk
Wil je vangen oefenen, dan hoef je niet tegelijk te richten, rennen en punten te tellen. Begin met een vaste plaats en een eenvoudig doel. Bij gooien kan je een groot doel dichtbij zetten. Maak de uitdaging pas groter wanneer de huidige stap voldoende lukt.
Een mislukte poging geeft informatie
Kijk samen wat er gebeurde. Was de bal te snel, kwamen de handen te laat of was de afstand te groot? Verander één onderdeel en probeer opnieuw. Daarmee wordt oefenen een gezamenlijk experiment in plaats van een reeks correcties.
Wanneer is begeleiding zinvol?
Bespreek blijvende moeilijkheden wanneer ze het meedoen tijdens spel of sport beïnvloeden, zeker als andere motorische taken ook lastig zijn. Een kinesitherapeut kan de balvaardigheden en verdere motoriek beoordelen.
We oefenen de concrete taak en zoeken waar nodig aanpassingen voor thuis, school of sport. Een motorisch onderzoek zegt meer dan alleen hoe vaak een bal op de grond valt.
Begeleiding bij Praktijk VONK
Bij Praktijk VONK in Oud-Turnhout bekijken we hoe je kind beweegt en welke begeleiding past.
Twijfel je of je kind begeleiding nodig heeft? Neem gerust contact op, dan bekijken we het samen.
Lees ook
Goed om te weten
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk onderzoek door een arts of kinesitherapeut.